Inzet: Jan met zijn electro-kar
door Corné Verschuren | foto’s Ron Magielse
In de hal van de receptie bij de Blauwe Kamer zit Jan al te wachten. Liever te vroeg dan te laat, is zijn credo. Om zijn persoonlijke verhalen te illustreren heeft hij een plastic tas bij zich met enkele overzichtsboekjes uit het verleden. Ruim een uur later tovert hij ook nog een klein memoblaadje uit zijn borstzak. “Even zien of ik niets vergeten ben”, controleert Jan zijn steekwoorden.
Jan schetst als eerste het gezin waarin hij destijds is opgegroeid. “Ik ben in 1955 in Teteringen geboren, een dorp vlakbij Breda. Ik ben de oudste van het gezin en heb nog twee jongere broers, Jos en Frans.”
Na zijn geboorte blijkt dat Jan slechtziend is. “Volgens de oogarts zie ik nog maar tien procent. Jan geeft een voorbeeld. Ook al zit ik dicht bij andere mensen; hun ogen of gezichtsuitdrukking kan ik niet zien. Later bleek dat mijn moeder tijdens de zwangerschap besmet was geraakt met de ziekte rodehond. Daardoor is bij mij de oogzenuw beschadigd geraakt.”
Vanwege zijn slechtziendheid ging Jan naar de Henricusschool in Grave. Daar was hij twaalf jaar intern. Jan typeert de school als streng. “Als mijn ouders op bezoek kwamen werden ze door broeders naar een spreekkamer gebracht. Vervolgens werd ik van de afdeling gehaald. Mijn ouders kwamen nooit op de afdeling. Ook kregen ze onderzoeksresultaten niet te horen.”
Aansluitend verhuisde Jan naar de Blauwe Kamer om zijn schoolcarrière te vervolgen. “In die tijd heb ik veel geleerd, zoals taal en rekenen. Ik moest ook leren schrijven, maar dat heb ik voor mijn gevoel te weinig gedaan. De meeste kennis heb ik opgeslagen in mijn hoofd.”
In het hoofd van Jan staat de datum 15 augustus 1975 met stip op één genoteerd. Op die dag kwam Jan, inmiddels oud-leerling, in vaste dienst bij de Blauwe Kamer.
“Ik ben begonnen als huismeester. Na een tijdje is dat het interne vervoer geworden. Ik bracht de maaltijden naar de verschillende afdelingen en haalde de vaat weer op. Later kwam daar ook het wasgoed van de bewoners bij.”
Jan en zijn onafscheidelijke electro-car met aanhanger waren jarenlang een vertrouwd beeld op de Blauwe Kamer. “Mijn vader werkte in die tijd bij een melkfabriek. Daar reden ze met dezelfde electro-car. Mijn vader leerde mij om ermee te rijden. In de keuken werd de electro-car volgeladen met verschillende maaltijden. Die bracht ik naar de betreffende afdeling. Ik wist blindelings welke pannen op welke afdeling moesten zijn. Dat werk heb ik gedaan tot mijn pensioen op 24 november 2021. In al die jaren heb ik vijf electro-cars versleten”, lacht Jan.
Sinds 1990 woont Jan zelfstandig in het centrum van Teteringen. Niet ver van zijn geboorteplek. “Ik doe zoveel mogelijk zelf mijn boodschappen. Op de Blauwe Kamer kon ik elke dag meekijken met het bereiden van de maaltijden. Daar heb ik veel van opgestoken.” Jan is een bekend persoon in het dorp. “Veel mensen die ik tegenkom groeten mij. Ik loop dan op het geroep af, want op afstand kan ik ze niet goed zien.”
Zelfstandig wonen gaat soms letterlijk met vallen en opstaan. “Zo’n twintig jaar geleden was ik op weg om boodschappen te doen. Bij het oversteken op een drukke weg werd ik aangereden door een bromfietser. Ik had mijn blindenstok niet bij me. De bromfietser beweerde dat hij een ring was verloren en wilde vergoeding. Daar is deze jongen niet ingetrapt. Ik heb de verzekeringsmaatschappij ingelicht. Niets meer van gehoord. Dat was een goede les. Sindsdien neem ik mijn blindenstok mee als ik boodschappen ga doen.”
Terug naar het dagelijkse leven. Elke maandag, woensdag en vrijdag rijdt bij het appartement van Jan de taxi voor om hem naar de Blauwe Kamer te brengen voor zijn vrijwilligerswerk. “Ik help daar een cliënte die in een rolstoel zit. Ze is blind en heeft epilepsie. Ze vertrouwt op mij en vindt het gezellig. Per dag ben ik er anderhalf uur. Ze knipt graag figuren. Is het papier op dan haal ik voor haar een nieuwe voorraad. Ik help haar ook met het opsteken van een sigaretje. Zelf rook ik niet.”
Het leven als pensionado bevalt Jan inmiddels. “Ik kan doen waar ik zin in heb. Niets moet en alles mag. Van de dokter moet ik het wel iets rustiger aan doen. Ik heb nooit ergens spijt van gehad en kan goed met iedereen overweg. En het vrijwilligerswerk is voor mij een goede afleiding.”
Jan met zijn electro-kar