Elf jaar geleden zag Gabrielle de Graaf een tv-reportage over Tanzania, waar mensen met albinisme onder erg gevaarlijke omstandigheden leefden. Zelf moeder van vier kinderen, waarvan twee met albinisme, richtte ze Inside The Same op om in Tanzania hulp te gaan bieden. Désirée Schoonen is vanaf het begin betrokken bij de stichting, tegenwoordig als directeur.
door John van Enckevort
Inside the Same helpt kinderen met albinisme
Bijzonder slecht. Door diepgeworteld bijgeloof wordt albinisme zowel gezien als iets dat geluk brengt én als een gevaar. Voor geluk worden bij kinderen met albinisme ledematen afgehakt of lichaamsdelen verwijderd – wat ze vaak niet overleven. Bijvoorbeeld wanneer een medicijnman dit een boer aanraadt voor een goede oogst. Tegelijkertijd worden ze belaagd omdat ze bijvoorbeeld zogenaamd een vloek over een dorp afroepen.
Via de eerste oproep van Gabrielle op Facebook, waarin ze vroeg om onder andere petjes en zonnebrandcrème voor haar eerste reis naar Tanzania. Nu had ik jarenlang in de cosmetica- en gezondheidsbranche gewerkt. Daardoor had ik veel connecties met grote leveranciers, dus ik kon wel wat regelen. Omdat ik op dat moment toch even geen werk had, ben ik meteen op die eerste reis meegegaan.
In de eerste plaats op bescherming van de huid. Tanzania ligt op de evenaar en mensen met albinisme hebben geen mogelijkheden om zich tegen de zon te beschermen. Ze weten bovendien niet dat dit nodig is. Hierdoor overlijdt 90 procent van hen voor hun dertigste aan huidkanker. In onze mobiele huidclinics leveren we hoeden, petten, zonnebrillen en zonnebrandcrèmes, én we zorgen voor preventie omdat we werken met dermatologen die screenen op huidkanker.
Jazeker, en daar zijn we erg blij mee. Mensen met albinisme zien heel slecht, nog maar zo’n 10 procent. We registreren en monitoren iedereen die we zien in onze huidclinics. Vervolgens nodigen we hen uit om naar onze oogclinics te komen.
Ze krijgen een gratis oogmeting en een bril. Die hebben we in alle sterktes al liggen, omdat we weten dat deze mensen er niet nog een keer voor terug zullen komen. Ze hebben vaak nauwelijks genoeg om één keer een busreis te maken. Daarnaast ontvangen ze een loep en een monoculair. Leerlingen hebben op school echt veel aan zo’n monokijker, omdat ze dan wel goed kunnen lezen wat er op het bord staat.
In feite willen we overal zaadjes planten. Een scholier met een monokijker komt tot betere prestaties, zal eerder een baan vinden en zichzelf kunnen onderhouden. We hebben lezingen gehouden op universiteiten. Veel van die studenten komen later in de positie dat ze mensen aannemen. Wanneer ze er meer vanaf weten, zullen ze ook eerder iemand met albinisme een baan willen geven. Zo komen we stapje voor stapje vooruit.