door Corné Verschuren | foto Ron Magielse
Heb je nog een broer of zus?
Ik heb een broer die Leo heet. Hij is vorig jaar blijven zitten. Dit jaar zit ik bij hem in de klas. Dat is best wel leuk. We gaan samen naar school.
Soms gaan we op de fiets naar school, maar meestal brengt mijn moeder ons met de auto. Dat hangt ook van het weer af. Heel soms brengt mijn vader ons naar school. Tenminste, als hij niet vroeg op moet.
Ik ben geboren met staar. Soms zie ik niet goed. Dan is het zicht wazig, vooral van veraf. Met een bril of bijvoorbeeld vooraan in de klas te zitten, zie ik het beter. Ik zou willen dat ik niet slechtziend was.
Jazeker! Op school heb ik een grotere tafel dan de andere leerlingen. Bij mij staat er nog een loep op en liggen er boeken met grotere letters. Ik heb een laptop met gele toetsen. Zo kan ik het verschil tussen de letters goed zien.
Van juf Linda mag ik zelf kiezen waar ik in de klas ga zitten. Om het goed te kunnen zien is het meestal vooraan. Ik mag ook achter in de klas blijven zitten, maar dan moet ik mijn laptop wel anders instellen.
Het is een buitenschool. De buitenlessen zijn erg leuk. Onze school is in de buurt van een bos en weilanden. We leren bijvoorbeeld keersommen met wat we vinden in de natuur, zoals takken en bladeren. Laatst hadden we een thema over het heelal. Met spullen uit het bos hebben we planeten nagebouwd.
Topografie vind ik het allermoeilijkst. Ik snap er ook geen bal van. Dan is het ook niet leuk om ‘topo’ te doen.
Ik heb veel goede vriendinnen. Ze heten Jet, Bobbi Faye, Leene en Mia. Na school spreken we soms af. Meestal spelen we in de speeltuin in onze buurt. Op dinsdag kan ik niet afspreken. Dan heb ik dansles en dat doe ik samen met Gaby.
In de kippenren! In de pauze ben ik daar het liefst. Ik hou ervan om met de kippen te knuffelen. De eieren die ze gelegd hebben mogen we rapen van de juf. Soms maken we er een gerecht van. We moeten er snel bij zijn, anders gaat een andere groep ermee vandoor.