Vader en dochter op de trap bij Visio Onderwijs
door John van Enckevort | foto John Smits
Zowel vader Richard (42) als dochter Lize (10) Bruggeman uit Doesburg hebben de erfelijke oogaandoening aniridie, waardoor bij hen de iris volledig ontbreekt. “Daardoor kunnen we onze pupillen niet verkleinen wanneer we in fel licht kijken”, legt Richard uit. “Dat doet pijn, daarom hebben we altijd een zonnebril bij ons.” Lize vult aan: “Laatst met die sneeuw had ik er bijvoorbeeld extra last van, omdat het zonlicht door de sneeuw nog feller wordt.”
Vader en dochter begonnen hun schoolcarrière op een reguliere school, maar maakten op een gegeven moment toch de overstap naar de speciale school in Grave. Voor Richard kwam dat door pestgedrag: “Op de basisschool ging het prima, maar op de middelbare begon het pesten opeens. Blijkbaar viel ik op met mijn bril, mijn grote tas en de grootletterboeken die ik meesleepte. Om een jaartje bij te komen, zou ik tijdelijk naar Grave gaan, naar wat toen nog Theofaan heette. Uiteindelijk ben ik er gebleven en heb ik er de havo gedaan.”
Dochter Lize zat op de basisschool in Angelo, vlak bij hun woonplaats Doesburg. “Maar omdat ik naast mijn slechtziendheid ook dyslexie heb, was het voor mij beter om naar Visio in Grave te gaan. Daar zit ik nu in een klas van negen leerlingen, in Angelo had ik 25 klasgenootjes. Bij Visio krijg ik dus meer aandacht, wat mij echt helpt.” Grootste nadeel voor Lize is het reizen naar school, met gedeeld speciaal vervoer. “Ik woon het verste weg en word daarom als eerste opgehaald en als laatste thuisgebracht. Hierdoor zit ik steeds twee uur lang in die taxi. Gelukkig heb ik een lieve taxichauffeur.”
Lize is blij dat ze elke avond weer terug naar huis kan. Dat was bij Richard niet het geval: “Eerst zat ik intern op school, maar al snel mocht ik in een trainingshuis in Grave. Daar zaten we met zeven leerlingen, leerden we koken en keken we elke avond Goede Tijden Slechte Tijden. Heel af en toe gingen we naar een café om een cola te drinken, maar ons leventje speelde zich vrijwel uitsluitend op school af. Bezigheid buiten Theofaan werd ook nog niet per se gestimuleerd.” Daarin ziet Richard een verandering: “Bij Lize is er in de lessen bijvoorbeeld veel meer aandacht voor burgerschap en je staande houden in de maatschappij. En meedoen.” Lize zit buiten school op turnen en badminton: “Sommige sporten zijn vanwege mijn slechtziendheid niet aan te raden. Zoals sporten met veel lichaamscontact, maar ook tennis. Dat gaat te snel. Badminton lukt wel, zeker als ik met een felgele shuttle speel.”
Door de technische ontwikkelingen heeft Lize in vergelijking met haar vader meer hulp voor haar schoolwerk. Zo zijn er flink wat apps ontwikkeld, staan er vijf beeldschermvergroters in de klas en zorgt met name audio/spraak voor veel gemak. Pluspunt is ook dat Lize haar klasgenootjes in zo’n kleine klas heel goed leert kennen: “Ik heb een vriendje en ik heb drie vriendinnetjes die allemaal in mijn klas zitten. Dat is heel leuk.” Jammer genoeg komen, net als in Richards tijd, haar klasgenootjes van heinde en ver. Dat maakt buiten school afspreken om bij elkaar te gaan spelen ingewikkeld. Zeker omdat Richard én de moeder van Lize allebei geen rijbewijs hebben. Met het openbaar vervoer zou Lize echt uren onderweg zijn. “Toch ben ik al drie keer bij verschillende klasgenootjes gaan spelen”, telt Lize op, “omdat opa en oma mij dan brengen.”
Vergeten Richard en Lize nog bijna een van de beste aspecten van de Visioschool te noemen. “Het oude gedeelte van de school is afgebroken, maar ze hebben het zwembad behouden en daar een nieuw gebouw omheen gemaakt”, weet Richard. “Dat is een luxe die maar weinig scholen hebben, een eigen zwembad.” Lize geniet er ook van: “Ik hoef alleen nog maar diploma C te halen.”