Tess is moeder van zoon Dihm
door John van Enckevort | foto’s John Smits
Voordat Tess Janssens en haar man ouders werden, hadden ze daar goed over nagedacht en uitgebreid met elkaar over gesproken. Dat ze graag een kind wilden, stond buiten kijf. Ook als dat kind mogelijk dezelfde oogziekte zou kunnen hebben. “Ook onze families steunden ons hierin en waren vol vertrouwen”, vertelt Tess. Wel besloot ze om minder te gaan werken: “Om de leuke partner voor mijn man te blijven en de beste moeder waartoe ik in staat was.” De zwangerschap verliep voorspoedig, al moest ze in die tijd meer inspanning leveren om goed te kijken. “Gelukkig stelde mijn oogarts mij gerust door te zeggen dat ik nu eenmaal een nieuw mensje aan het bouwen was, wat extra energie kost. Daardoor bleef er voor mezelf tijdelijk wat minder over.”
Tess en haar man zijn recent verhuisd van de stad naar een dorp. Dihm zal daar naar school gaan. “Zijn toekomstige schoolvriendjes zullen dan bij ons komen spelen, of hij gaat naar hen”, legt Tess uit. “In een dorp heb ik daar meer grip op, hier kan ik Dihm dan bijvoorbeeld ook gemakkelijk op de fiets weer ophalen.” Wat Tess na de geboorte van Dihm wel enigszins verraste, was dat er telkens nieuwe situaties ontstonden die haar confronteerden met haar slechtziendheid. “Je hebt bij wijze van spreken net het flesje geven helemaal onder de knie en dan breekt de fase al aan dat Dihm gaat kruipen en ontdekken. Dan moet je opnieuw de schouders eronder zetten om manieren te vinden om hem goed in de gaten te houden, in relatie met je slechtziendheid. En wanneer je dat onder controle hebt, dient het volgende zich alweer aan. Dat dit doorlopend zo gaat, daar had ik niet zo bij stilgestaan.”
Hoewel Tess aan Dihm nog niet expliciet verteld heeft dat ze slechtziend is, lijkt haar zoontje dat toch aan te voelen: “Dihm zoekt met mij meer contact en maakt meer geluid dan bij anderen. Zegt ‘ja’ tegen mij, terwijl hij bij anderen meer knikt. Verder verdelen we onze oudertaken ook met mijn slechtziendheid in het achterhoofd. Zo doet mijn man het tanden poetsen, omdat ik dat moeilijk kan zien. Andere taken doe ik dan weer altijd. Dihm weet bij wie hij voor wat terecht kan, dat relateert hij niet aan goed of slecht zien.”
Tess werkt als psychosociaal behandelaar bij Visio. Hoewel ze er zelf geen gebruik van maakt, denkt ze dat veel moeders en vaders baat kunnen hebben bij een vorm van ouderschapstraining. Om dat te peilen, was ze een van de organisatoren van een recente bijeenkomst voor ouders met een visuele beperking: “Toevallig allemaal moeders, zowel slechtziend als blind, met kinderen in verschillende leeftijden. Het was een vruchtbare dag, waarin ervaringen en tips werden gedeeld en er veel herkenning en erkenning was.” Bij de voorbereiding werd ook deskundige Hilmar de Vries van Bartiméus ingeschakeld. Daar bieden ze al langer ouderschapstrainingen aan, bij Visio (nog) niet: “Over het nut ervan bestaat geen twijfel”, stelt Tess. “We zijn nu vooral bezig met de vraag of we het zelf gaan opzetten, of dat we naar Bartiméus zullen verwijzen.”
Ouderschapstraining bestaat niet alleen uit praktische tips. Ook psychisch kan het ouderschap voor slechtziende of blinde ouders een uitdaging zijn. “Niet iedere ouder is voldoende zelfverzekerd. Deze trainingen zijn zeker ook bedoeld om hen vertrouwen in hun eigen opvoedkunde te geven.” Bovendien moeten ze leren omgaan met meer argwaan van de buitenwacht. Tess grijpt terug op het voorbeeld van vriendjes die komen spelen: “Bij andere ouders bestaat toch vaker wat extra koudwatervrees. Kan een slechtziende moeder wel alles goed in de gaten houden? Is mijn kind er wel veilig? Als slechtziende ouder moet je je daar telkens opnieuw voor opladen. Ervoor zorgen dat die ouders er vertrouwen in krijgen, ze geruststellen. Dat wil je voor je kind.”
Bij Bartiméus geven ze al sinds 2014 ouderschapstrainingen voor mensen met een visuele beperking. “Voor hen is het ouderschap fundamenteel voor wie je bent als persoon”, weet Hilmar de Vries, casemanager revalidatie bij Bartiméus. “Vragen op dit vlak zijn extra belangrijk omdat het om je kind gaat. Zoals de looproute naar de crèche leren, of willen weten of je mee kunt doen in de whatsappgroep van de klassenouders.”
De trainingen van Bartiméus zijn altijd in groepsverband, zodat er ook van elkaar geleerd kan worden. De Vries: “Ouders krijgen tools waarmee ze om kunnen gaan met situaties waarin zij bijvoorbeeld iets niet kunnen. Zodat het niet telkens pijn doet. Tegelijkertijd letten we op overcompensatie. Ouders met een visuele beperking willen het vaak té goed doen. Een 8-jarig kind dat een glas melk omgooit, ruimt dat niet zelf op omdat zijn moeder nu eenmaal blind of slechtziend is. Dat is normaal voor elk kind van die leeftijd.”
Meer informatie over de trainingen is te vinden op: