REPORTAGE

Wout Boudry op skies in de Alpen tijdens zijn skireis

De communicatie verloopt via een systeem in de helm. “Ik vertrouw tijdens het skiën volledig op mijn begeleider.”

‘Vallen hoort bij skiën, ook voor blinden en slecht­zienden’

Een keer per twee jaar organiseert de onderwijsinstelling Visio Grave een skireis voor geïnteresseerde leerlingen. Wout Boudry (17) ging met een volle bus mee naar het Franse wintersportdorp Risoul. Als een van de weinigen had hij al vaker op de latten gestaan: “Tijdens een skivakantie leer je er echt ontzettend veel bij.”

door John van Enckevort | foto’s John Smits

De ouders van Wout Boudry uit Valkenswaard houden erg van skiën. Toen hun blinde zoon Wout ongeveer zes jaar oud was, informeerden ze bij het Montana-Snowcenter in het nabij gelegen Westerhoven, of Wout er ski-les kon krijgen. Dat was geen enkel probleem. Sindsdien staat hij regelmatig op de ski’s en hebben ouders en zoon een gezamenlijke hobby. “De eerste jaren ging ik er tweewekelijks heen. Later werd het maandelijks. Niet omdat ik het minder leuk begon te vinden, maar omdat ik het drukker kreeg.”

Behendigheid

De oproep om met school naar Alpendorp Risoul te gaan, greep Wout dan ook met beide handen aan. “Ondertussen was ik in 2019 nog een keer met mijn ouders op ski-reis geweest, via de Nederlandse Visueel-gehandicapten Ski Vereniging (NVSV). Maar mijn behendigheid ging in het algemeen wel wat achteruit.” Tijd dus om daar in Risoul wat aan te doen.

“Ik organiseer al zo’n 25 jaar skivakanties voor Visio-leerlingen”, vertelt Ruud Dominicus, expertiseleraar bewegingsonderwijs in Grave en zelf gepassioneerd skiër. “Wellicht vinden mensen skiën voor blinden en slechtzienden niet per se logisch. En misschien wel gevaarlijk. Maar eigenlijk is elke individuele sport voor hen geschikt te maken. Zolang je maar goed weet wat wel en niet kan.”

Sneeuwgarantie

Daarnaast is het voor de meeste leerlingen een unieke gebeurtenis. Dominicus: “De meesten zijn van tevoren nog nooit van een piste af geweest. En de kans is groot dat ze hierna nooit meer in de gelegenheid zijn. Het is op zich al prijzig, en dan moet je ook nog betalen voor je begeleider/leraar, die elke minuut in de sneeuw bij je moet zijn.” Bij Visio proberen ze de reis zo goedkoop mogelijk te houden. Dus vertrekt de bus altijd pas in het naseizoen, en kiezen ze de goedkopere skigebieden uit. “Omdat we per se sneeuwgarantie willen”, voegt Dominicus toe, “komen alleen hooggelegen skigebieden voor onze reizen in aanmerking.”

Eigen lunch

En zo stapte Wout op een zaterdag in de bus, voor een behoorlijk lange tocht naar Zuid-Frankrijk.  Met vooral leerlingen van zijn eigen Visioschool in Grave, en nog zes uit Amsterdam. “In een bus kan ik nooit slapen, dus was ik blij dat we de volgende dag niet veel meer deden dan skipassen en skischoenen regelen.” De leerlingen werden ondergebracht in appartementen, waar ze via de plaatselijke supermarkt dagelijks hun eigen lunch moesten verzorgen. “Risoul is geen hotspot”, zo vat Wout het samen. “Het wemelt er niet van de chique restaurantjes of hippe kroegjes. Het is eerder studentikoze gezelligheid. Gelukkig spreekt iedereen wel goed Engels, want mijn vakantie-Frans is maar zozo.”

Botsing

De vakantieweek bestond verder uit skiën, skiën en een beetje après-ski. “Samen met een andere jongen was ik de enige die al kon skiën”, aldus Wout. “Terwijl de anderen in een klasje begonnen, gingen wij vanaf het begin elke ochtend en elke middag met een eigen begeleider de piste op. En dan leer je echt heel snel bij.” Dominicus legt uit wat een begeleider doet: “In feite bereid ik vooral voor op wat er komen gaat: een scherpe of flauwe bocht, een sneeuwhoop, et cetera.” Vanzelfsprekend moet de begeleider zelf goed kunnen skiën, zodat hij snel kan ingrijpen wanneer er bijvoorbeeld een botsing met een andere skiër dreigt. Dominicus: “Er is een keer iemand mee geweest die, vanwege de dreiging van netvliesloslating, absoluut niét mocht vallen. Dat durfde ik wel te garanderen als ik er speciaal op zou letten. Het is dan ook niet gebeurd. Maar in principe hoort vallen bij skiën, ook voor deze groep.”

Gevoel

Wout vervolgt: “Je begeleider skiet meestal achter je en roept dan instructies. Of de communicatie verloopt via een systeem in mijn helm. Dat is bijvoorbeeld handig als het erg rumoerig is op de piste.” Daarnaast geeft de begeleider aanwijzingen. “Soms hangt iemand teveel achterover”, legt Dominicus uit. “Of zakt niet diep genoeg door de knieën. Dat corrigeer je, waarna de skiër meteen verbetering merkt. Gaat het om minieme aanpassingen, dan is dat soms moeilijker uit te leggen. Daar moet je dus ruim de tijd voor nemen. Zeker bij blindgeboren skiërs, die hebben vaker wat minder gevoel voor hun lichaam.”

Dagelijkse bonus

Voor Wout is het vooral zaak om goed te luisteren naar de aanwijzingen en tips. Verder moet hij er volledig op vertrouwen dat de informatie die hij krijgt, klopt. “Maar dat is iets wat ik als blind persoon al van jongs af aan moet en doe, mensen vertrouwen. Anders kom je simpelweg nergens.” Dominicus beschouwt de après-ski als de dagelijkse bonus van een skivakantie: “Als groepje blinden en slechtzienden sta je er op de eerste plaats na te genieten van wat je zelf hebt gepresteerd die dag. En dan krijg je bovendien positieve aandacht van de andere, ziende toeristen. Die het ontzettend knap vinden wat ze met een visuele beperking toch maar mooi doen.”


Skiën kan ook als je blind of slechtziend bent. In deze video uit 2019 vertellen Marnix en Thierry waarom skiën een geschikte sport is als je een visuele beperking hebt. Ruud Dominicus, vakleerkracht bij Visio, vertelt waar hij op let bij de begeleiding van visueel beperkte skiërs.

Visio begeleider en blinde skiër oefenen in een skihal